Je vindt me ook op

100 jaar PSV in Philipsdorp

Een paar weken geleden bemachtigde ik het boek PSV100. Mijn idool van vroeger, Willy van der Kuijlen, en Mark van Bommel plaatsten in mijn boek hun handtekening. Ik ben er net zo blij mee als 45 jaar geleden, toen ik ook handtekeningen bemachtigde.
Over mijn betrokkenheid bij PSV en Philipsdorp.

100 jaar PSV in Philipsdorp

 PSV 1913-2013

100 jaar Philips Sport Vereniging 1913-2013
PSV100 1913-2013

Mijn betrokkenheid bij PSV begon ca. 45 jaar geleden, en ik kon als klein jongetje thuis vol trots laten zien hoe ik een paar handtekeningen had weten te bemachtigingen in m’n voetbalplaatjesboek. Een paar weken geleden, op zaterdag 9 november, bemachtigde ik het boek 100 jaar Philips Sportvereniging – het officiële jubileumboek, in de fanshop van het Philips Stadion. Mijn idool van vroeger, Willy van der Kuijlen, en Mark van Bommel plaatsten in mijn boek hun handtekening. Ik ben er net zo blij mee als 45 jaar geleden.

PSV100 Samen met Willy van der Kuijlen en Mark van Bommel

Handtekening WillyHandtekening Mark

1911: het Philips Elftal in het Philips Sportpark

Op 12 december 1910 werd een voetbalclub opgericht om tegemoet te komen aan de wens van het steeds groeiende aantal Philips-arbeiders om op de vrije zondag aan sport te kunnen doen. Deze arbeiders waren veelal afkomstig uit het Westen en Noorden van Nederland. Zij integreerden niet gemakkelijk met de voornamelijk katholieke bevolking. Anton en Gerard Philips waren lid van ‘Eindhoven Vooruit’, een vrijzinnige vereniging die zich inspande voor de ‘volkswelstand, volksgezondheid en volksontspanning’. De leden waren veelal import-Eindhovenaren en vormden een tegenwicht tegen het sterk katholieke sociale leven van kort na de eeuwwisseling. Het aantal arbeidskrachten van buiten Eindhoven groeide sterk.

Tussen Strijp en Eindhoven [ter hoogte van de spoorwegovergang in het huidige centrum] ligt een groot terrein braak. De behoefte aan goede woningen neemt even hard toe als de groei van Philips & Co. Omdat de gemeente Eindhoven steeds blijft steken in vertragende procedures, koopt het bedrijf zelf 16 hectare land in Strijp. In 1910 begint daar de bouw van het Philipsdorp (PSV100, p. 27).

Het plattegrondje hieronder dateert van 1915 en is een plan voor Philipsdorp (klik voor vergroting). ’t Is leuk om te zien hoe de ‘Philipsfabrieken’ nadrukkelijk in Eindhoven (ten Oosten van Strijp) aangeduid worden (waar vanaf 1891 ook het eerste fabriekje van Gerard Philips stond), terwijl later het merendeel van de fabrieken natuurlijk westelijk van het sportpark gebouwd werden (tegenwoordig Strijp-S, Strijp-T en Strijp-R). Hier zie je het eerste begin ervan: de eerste van meerdere glasfabrieken aan het begin van het huidige Strijp-S staat vermeld.

Plattegrond Philipsdorp 1915

Die eerste glasfabriek is van 1916 (daarom is dit kaartje een plan), en werd gebouwd omdat in de Eerste Wereldoorlog de toevoer van materiaal uit België en Duitsland stokte. Na een eerste plan om het glas door een glasfabriek in Leerdam te laten maken besloot Philips om dat te doen in een eigen glasfabriek.
Op het kaartje is ook mooi te zien hoe het sportpark omarmd werd door drie belangrijke straten: aan de oostkant de Elisabethlaan, aan de zuidkant de Frederiklaan en aan de westkant de Directeur de Jonglaan.

De belangrijkste straten in Philipsdorp kregen Philipsnamen: Frederik en Elisabeth waren de ouders van de gebroeders Gerard en Anton Philips. De Directeur de Jonglaan verwijst naar de schoonvader Gerrit de Jong die het stratenplan voor Philipsdorp ontwierp. Anton was getrouwd met diens dochter Anna.

Op de foto hieronder (van 1912) het net aangelegde Sportpark met aan de oostkant de Philipsdorphuizen aan de Elisabethlaan.

Philips Sportpark, 1912

Fabrieksdorp, Tuindorp, en een green

De aanleg van het Philips Sportpark waar het Philips Elftal kon voetballen, en vanaf 1913 de Philips Sport Vereniging kon sporten, valt dus samen met het ontstaan van Philipsdorp. Anton Philips had zich in het begin van de 20e eeuw laten inspireren door de tuindorp-gedachte: een modern fabrieksdorp dat ging verrijzen in Strijp, buurgemeente van Eindhoven, moest gezond zijn voor de fabrieksarbeiders (dat is prettig voor hen, en goed voor de fabriek want gezonde arbeiders zijn productiever): ruime huizen met diepe achtertuinen (plaats voor moestuinen), met veel groen in de voor die tijd ruime lichte straten. En op loopafstand voor de Philipsdorp-bewoners een sport- en ontspanningspark (geïnspireerd door de Engelse green). Dit park aan de Frederiklaan moest net als alle andere voorzieningen binnen het fabrieksdorp liggen, want dat vergroot de saamhorigheid en de betrokkenheid bij het bedrijf.

Jan le Pair

Bovenstaande sociaal-economische ontwikkeling kan ik van heel nabij illustreren. Eén van de ‘import’-Eindhovenaren was mijn opa van mijn vaders kant: Jan le Pair (1884-1942), uit Schiedam. Ik heb deze opa dus nooit gekend, maar mijn vader Gerard, in 1925 geboren in Philipsdorp (Frederiklaan 117), heeft het een en ander geschreven over zijn jeugd in Philipsdorp (in ‘Mijn jonge jaren: 1925 -1952‘):

We woonden in mijn kinderjaren als arbeidersgezin in de Frederiklaan van de Eindhovense wijk Philipsdorp. De huizen in die wijk waren alle eigendom van de N.V. Philips en de huurders waren allen in dienst van dat bedrijf, de meesten als ongeschoold arbeider […]. Vader Jan was een zoon van een schoenmaker / lantaarnopsteker. Als jongeman kwam hij met een broer in 1910 naar Eindhoven, omdat door de uitbreiding van Philips de vooruitzichten daar veel gunstiger waren dan in Rotterdam. Hij was smit, maar heeft bij Philips meestentijds als automonteur in de bedrijfsgarage van Philips gewerkt; hij verdiende daar een hoger uurloon dan gebruikelijk was, omdat het Philips wat waard was om geschoold personeel naar Eindhoven te halen (de lokale bevolking was overwegend van agrarische afkomst en voor niet veel anders geschikt dan lopende band werk). […]
In vergelijking met de buurtgenoten waren wij buitenbeetjes. We waren (om mee te beginnen) niet Katholiek, wat ertoe leidde dat wij bij tijd en wijle, als dat door de pastoor werd gesommeerd, werden gemeden, zodat wij dan als kinderen niet mochten meespelen met onze leeftijdgenootjes; gelukkig vergeten kinderen snel, dus zo’n pastoorsuitspraak werd niet lang nageleefd. Vrijwel alle vriendjes bezochten de naburige Katholieke lagere school; mijn broer en ik gingen naar een Christelijke school aan de Iepenlaan, waar protestantse kinderen uit de verre omtrek kwamen. (Gerard le Pair, Mijn jonge jaren, pp. 2-5).

De ingang van het Philips Sportpark in 1913. 1913 Ingang Philips SportparkOp ’t eerste gezicht lijkt het jaartal 1913 onwaarschijnlijk: er zijn oude bomen te zien en het contrast met de jonge aanplant op de foto hierboven suggereert een veel groter tijdsverschil dan twee jaar. Toch kan 1913 wel kloppen. Want het terrein werd in 1910 als sport- en ontspanningspark in gebruik genomen op een landgoed dat Philips in 1909 had gekocht van mr. H.N.C. baron van Tuyll van Serooskerken, de kasteelheer van Geldrop, om er woningen op te bouwen.

Maar op een deel van het landgoed mocht nog niet gebouwd worden omdat er erfpacht op rustte. Daarom werd het als ontspanningspark gebruikt. De oude bomen op de voorgrond kunnen dus een deel zijn van het oorspronkelijke landgoed.

Anton Philips is altijd bereid om de voetballers wat geld toe te stoppen om een nieuwe bal te kopen, shirts aan te schaffen of – op afbetaling – echte voetbalschoenen op de kop te tikken. Ook laat Philips een bouwkeet plaatsen, die als kleedkamer fungeert.
Na een maand voelt Philips Elftal zich sterk genoeg voor het spelen van zijn eerste voetbalwedstrijd aan de Frederiklaan. Op zondag 15 januari 1911 is het tweede elftal van Hollandia uit Woensel te gast en nadat Anton Philips zich onder luid gejuich in een open wagen naar het veld heeft laten brengen, verricht zijn vijfjarige zoontje Frits de aftrap bij de ontmoeting. Philips Elftal wint met 4-0 en wordt in de regionale pers vanwege ‘de goede steun in de rug’ een grote toekomst voorspeld (PSV100, p.30).

Het Philips Elftal in 1911:

Philips Elftal in 1913

31 augustus 1913

Het Philips Elftal was geen lang leven beschoren. Want de festiviteiten die Anton Philips in 1913 liet organiseren zorgden voor de oprichting van de Philips’ Sportvereeniging (in het begin wordt vaak Philips’ (met een veelzeggende apostrof) gebruikt). Het Philips Elftal ging op in de voetbaltak van deze Philips Sportvereniging, waarin vele sporten een plek kregen. In 1913 werd in heel Nederland honderd jaar onafhankelijkheid gevierd.

Als Philips zich mengt in maatschappelijke kwesties staat het belang van het eigen personeel centraal. De Onafhankelijkheidsfeesten die het bedrijf op zaterdag 30 en zondag 31 augustus organiseert, zijn daarom eerst en vooral bedoeld voor het eigen personeel. Afwijkend en nieuw is ook dat de sport centraal zal staan. Zo wil Anton Philips het hebben en zo gebeurt het. […] Het oprichten van een sportclub past helemaal in de filosofie van het bedrijf. In oktober valt het besluit om Philips’ Elftal te ontbinden en de leden op te nemen in Philips’ Sport Vereeniging, die nog niet toetreedt tot de Brabantse Voetbalbond, maar al wel tot de Nederlandsche Athletiek Unie (NAU).  (PSV100, p. 34, 36).

Het ouderlijk huis van Pa in de Frederiklaan lag op een steenworp afstand van het Philips Sportpark (het plattegrondje hieronder is van 1926); met groen heb ik het huis van Pa aangegeven. Bovenin het kaartje zie je de westelijke kant van het sportpark. Daar lag het trainingsveld, rechts daarnaast ligt het hoofdveld:

plattegrond Philipsdorp, 1926

De Frederiklaan in 1928 (Pa was toen 3 jaar oud); iets voorbij de bocht aan de linkerkant stond het huis waar hij woonde. Rechts achter de rug van de fotograaf ligt het sportpark.

Frederiklaan, 1928

Zo ongeveer als op deze ansichtkaart (1922) moet het Philips Sportpark er hebben uitgezien toen m’n vader er vaak speelde; de houten tribune is al in 1916 gebouwd.

Philips Sportpark, 1922

Tussen de Directeur de Jonglaan en het trainingsveld was er ook nog de speeltuin van Van Dinter. Het is de tijd waarin Pa letterlijk spelenderwijs een band kreeg met PSV:

Onze favoriete spelletjes waren: knikkeren, knellen, hoepelen, vangertje en verlossertje, bokspringen en pik, olie of dik. De meisjes deden vooral tollen, kaatseballen, showspringen, en standbal (of vangbal). Wij hadden ook nog een bolderwagen en een vliegende hollander, waarmee veel gespeeld werd. […]
Een deel van onze vrije tijd brachten wij door in de speeltuin van Van Dinter of bij het kijken naar de training van P.S.V. (vrijwel alle spelers van “het eerste” woonden vlak bij ons in de buurt).[…]
Vader was erg handig; hij heeft voor Arie en mij eens een prachtige vrachtwagen gemaakt (gebouwd is beter gezegd), ongeveer schaal 1:10, waaraan hij anderhalf jaar heeft gewerkt.[…]
Ook heeft hij voor ons een voetbalclub opgericht. (D.A.V. Door Arbeid Verenigd). Met vriendjes legden we zelf het veld aan op een braakliggend stuk grond; hij kocht “voor een prikje” oude goalpalen bij P.S.V. (Gerard le Pair, Mijn jonge jaren, pp. 5-6)

Frits Philips

Als we de aftrap door de vijfjarige Frits Philips, in 1910 bij de eerste wedstrijd van Philips’ Elftal, beschouwen als het begin van zijn carrière als PSV-supporter, dan heeft hij een gedenkwaardig record gevestigd: 95 jaar lang bleef hij een trouw en actief PSV-supporter. Ik kan me nog goed herinneren hoe mijn vader, toen ik als klein jongetje met hem samen naar PSV ging, mij erop wees: “kijk, daar loopt Frits Philips”. Toen op latere leeftijd z’n ogen slecht waren geworden had hij altijd een verrekijker bij zich om niets te missen.

Frits Philips

Frits Philips

’t Moet eind jaren zestig, begin zeventig zijn geweest dat we regelmatig op de jongensrang van het PSV stadion stonden, en we na de wedstrijd achter de tribune wachtten tot de spelers naar buiten kwamen en we hen om een handtekening vroegen, het liefste in het boek met voetbalplaatjes. Ik kon toen natuurlijk niet bevroeden dat ruim veertig jaar later, om precies te zijn zaterdag 9 november j.l., dit ritueel zich zou herhalen: handtekeningen van PSV-iconen in een boek.

1967?

(op een zondagochtend voor een wedstrijd met broer Roel en vriendje Dries; met Pa mochten we even in het stadion en op ’t veld).

Onder de tribune links, waren de kleedkamers, en aan de andere kant, daarbuiten, wachtten we de spelers op voor een handtekening.

Trouwe dienst

Willy van der Kuijlen heeft de slagroom op de taart van zijn loopbaan gespoten…
Pa had er toen al 27 jaar trouwe dienst bij Philips op zitten; ’t zouden er 44 worden. Over trouwe dienst gesproken: toen Pa me voor ’t eerst meenam naar een wedstrijd van PSV was ene Willy van der Kuijlen één van de helden. Toen had hij nog niet de bijnaam Mister PSV; die eretitel verwierf hij pas tegen het einde van zijn carrière: in 1981 had hij in 17 jaar 528 keer voor PSV gespeeld. De bijnaam Skiete Willy had hij al eerder: met de 308 doelpunten voor PSV is hij nu nog topscorer aller tijden van de eredivisie.

1978
Willy van der Kuijlen op de schouders

Ik was er ook bij toen PSV in het UEFA-cup toernooi in de halve finale Barcelona met Johan Cruijff uitschakelde (sportieve revanche van Van der Kuijlen en Jan van Beveren in de rivaliteit met het Ajax van Cruijff en Neeskens die in 1974 persoonlijk deze PSV-ers buiten het Nederlands elftal hadden gehouden).
En ook zag ik live hoe Willy en de zijnen na winst op Bastia de UEFA-cup wonnen (foto).

In PSV100 wordt ingezoomd op de 3-0 die Willy van der Kuijlen in deze UEFA-cup finale maakte:

Hij wacht geduldig op zijn moment, als een panter die in de boom geklommen is, met de poten hangend over een tak, schijnbaar nonchalant maar klaar om op het juiste moment zijn prooi te bespringen. […] Het is ongeveer half tien. De schemer valt in. Tijd om zaken te doen.
Hij neemt met links aan en haalt in één beweging met rechts uit. De bal geselt de kruising van paal en lat en ketst terug, precies voor zijn linker voet. […] zwiept zijn linker tegen de bal. Doelman Hiard heeft geen kans. Willy van der Kuijlen heeft de slagroom op de taart van zijn loopbaan gespoten. PSV-Bastia staat 3-0 en is beslist. De UEFA-cup is voor PSV. (PSV100, p.182)

In 2004 werd Willy van der Kuijlen vereeuwigd in een standbeeld voor de Oost-tribune (foto links), samen met een ander club-icoon, Coen Dillen (rechts):

Coen Dillen

Coen Dillen: het record

Vanaf januari 1957 begint Het Kanon te bulderen

Het record aantal doelpunten in één eredivisieseizoen staat sinds 1957 op naam van Coen Dillen, ‘Het Kanon’. Overgestapt van Brabantia, begon hij zijn carrière bij PSV in 1941, een periode die tot 1946 duurde, waarna hij terugkeerde naar Brabantia. Hij werd niet goed genoeg gevonden voor het eerste van PSV. In 1949 maakt hij opnieuw de overstap naar PSV, en breekt wel door. Tot en met het seizoen 60-61 speelt hij 328 wedstrijden en scoorde 287 keer.

De moderne promenade in het huidige Philips Stadion over de breedte van de hele Zuid-tribune is de Coen Dillen promenade. Op de foto hieronder Coen in actie in 1959 in de wedstrijd DWS-PSV:

Coen Dillen 1959 DWS-PSV

‘Als ik aan die schoten van Dillen denk, lopen de rillingen nog over de rug’, zegt generatiegenoot Tonny van der Linden. De vuurkracht van Het Kanon komt op volle sterkte vanaf 1956 […] Halverwege het seizoen staat hij pas op twaalf treffers. […] Vanaf januari 1957 begint Het Kanon te bulderen. In een serie van negen wedstrijden, van januari tot en met maart scoort Dillen 20 keer. Het is de definitieve spurt naar het record […] Hij eindigt op 43. (PSV100, pp. 101-103).

Mark van Bommel

Tot de clubiconen behoort ook Mark van Bommel. Van 1999 tot en met 2005 speelde hij 169 competitiewedstrijden voor PSV. Met aanvoerder Van Bommel beleefde PSV een mooie periode: vier keer landskampioen, een KNVB-beker en de halve finale in de Champions League. Hij verliet PSV en gaf z’n carrière nog meer glans bij FC Barcelona, Bayern München en AC Milan. Hij beloofde ooit bij PSV te zullen terugkeren, en hield woord: in 2012 kwam hij terug, om te proberen nog één keer kampioen te worden. Dat lukte niet. Na afloop van het seizoen 2012-2013 besloot hij te stoppen.

Een van z’n fraaiste doelpunten is deze:

Frits Philips met Mark van Bommel kampioen 2005Op 23 april 2005 maakte Mark een prachtig statement. PSV was net landskampioen geworden en had de kampioensschaal ontvangen. De aanvoerder klom ermee de tribune op, zocht en vond de oersupporter Frits Philips, en droeg met dit gebaar het kampioenschap op aan de supporter die kort daarvoor, op 16 april, 100 jaar oud was geworden. Op de foto heeft hij zijn eigen kampioenssjaaltje om de nek van Frits Philips gehangen.

Dit prachtige gebaar kreeg een half jaar later nog veel meer emotionele betekenis. Want 2004-2005 zou het laatste kampioenschap en het laatste volledige seizoen zijn dat Frits Philips meemaakte. Hij overleed op 5 december 2005.

Het stoeltje van meneer Frits

Stoeltje Meneer Frits

Eén jaar later

Ik was in het Philips Stadion op 5 december 2006 bij PSV-Bordeaux. Precies een jaar ervoor was Frits Philips overleden. Boven zijn vaste stoeltje werd in de rust van die wedstrijd een plaquette onthuld om deze oersupporter te eren. Het stoeltje moest voor altijd leeg blijven, zo werd bepaald. Dat is niet gebeurd, want voor Frits Philips jr. of andere familieleden wordt natuurlijk een uitzondering gemaakt. Frits jr. heeft me in persoonlijke correspondentie laten weten dat hij graag het stokje van zijn vader heeft overgenomen, en tegelijk niet de illusie heeft in de buurt te komen van het record van 95 jaar van zijn vader.

Er is een mooie reportage gemaakt van de onthulling van de plaquette; een deel daarvan zie je op onderstaand filmpje. De drie zonen van Frits Philips, Ton, Warner en Frits jr. hebben de plaquette onthuld; in het filmpje beelden van Frits Philips, en ook het prachtige gebaar van Mark van Bommel met de kampioensschaal, en het sjaaltje dat Frits Philips door Mark omgehangen krijgt. De muziek is van Guus Meeuwis (‘De Weg’), dat hij in een vol Philips Stadion had gezongen op 6 december 2005, toen PSV een Champions League wedstrijd speelde tegen Fenerbahçe. Ik was toen ook in het Philips Stadion, een beladen avond, één dag na het overlijden van meneer Frits.

Een gedenkwaardige wedstrijd voor Mark van Bommel op 27 april 2013

Of dit ’n bijzondere wedstrijd was? Ja, zeker, ik heb veel bijzondere wedstrijden gespeeld, maar deze staat wel in de top 10…
Op 27 april 2013 beleeft Mark van Bommel een bijzondere wedstrijd. ’t Is de voorlaatste thuiswedstrijd van het seizoen 2012-2013. De trouwe aanhang voelt dat ’t wel eens één van de laatste wedstrijden van Mark van Bommel kan zijn; hij heeft z’n beslissing om te stoppen nog niet genomen…

Mark zit na de publiekswissel al op de bank; de supporters proberen nog invloed op hem uit te oefenen. Minuten lang wordt z’n naam gescandeerd. Er lijkt tijdens die laatste minuten minder aandacht te zijn voor de wedstrijd dan voor die ene man, voor wie iedereen gaat staan. ’t Mocht niet baten, Mark zou enkele weken later na een mooie afscheidswedstrijd definitief een punt zetten achter zijn prachtige carrière.
Hieronder een korte impressie van die bijzonder laatste minuten van PSV-FC Groningen:

Mijn betrokkenheid bij PSV begon ca. 45 jaar geleden, en ik kon als klein jongetje thuis vol trots laten zien hoe ik een paar handtekeningen had weten te bemachtigingen in m’n voetbalplaatjesboek.
Een paar weken geleden, op zaterdag 9 november, bemachtigde ik het boek PSV100, in de fanshop van het Philips Stadion.
Mijn idool van vroeger, Willy van der Kuijlen, en Mark van Bommel, plaatsten in mijn boek hun handtekening.

Bedankt Willy, bedankt Mark, voor jullie prachtige bijdragen aan 100 jaar PSV.

De auteurs zijn Jeroen van den Berk en Frans van den Nieuwenhof

De auteurs van 100 jaar Philips Sportvereniging – het officiële jubileumboek zijn Jeroen van den Berk en Frans van den Nieuwenhof
Je kan naar dit artikel verwijzen op sociale netwerken:
About Author

Rob le PairDocent - onderzoeker Radboud Universiteit Nijmegen; favoriete thema's op deze site: Persuasive communication, Eindhoven-Philipsdorp, WordPress-design, gebruik van sociale media, running experiences, gardening.View all posts by Rob le Pair →

Leave a Reply