Je vindt me ook op

Zuid-Afrika: Fynbos op de zuidpunt

Capensis, het Kaapse florarijk, Fynbos en het plantengeslacht Protea geven inzicht in hoe het 200 miljoen jaar geleden gegaan is met continenten Zuid-Amerika, Australië en Afrika

Zuid-Afrika: Fynbos op de zuidpunt

Fynbos, Protea en het uiteenvallen van continenten

Aanleiding: verblijf op de West-Kaap (januari 2008) en bij een Huisie by die see op de zuidpunt

Het Middellandse Zee-klimaat in het zuidwesten van West-Kaap heeft geleid tot een bijbehorend type struikgewas: Fynbos.

Fynbos is karakteristiek voor het Kaapse florarijk, en behoort tot het plantengeslacht Protea. De exclusieve plaatsen in de wereld waar Fynbos en Protea voorkomen voeren ons terug in de tijd: naar 200 miljoen jaar terug, naar de tijd van het supercontinent Gondwanaland en het uiteenvallen daarvan in de huidige continenten Afrika, eerder afgescheiden dan de splitsing Zuid-Amerika – Australië.

Protea (klik voor vergroting)

De planten hebben weliswaar een vorm die vergelijkbaar is met die van andere mediterrane gebieden (struikgewas dat af en toe een bosbrandje wel kan overleven, rustperiode in de droge zomer), maar het zijn wel compleet unieke soorten. En het zijn er maar liefst 8700, waarvan 75% ‘endemen’ zijn (soorten die nergens anders op de wereld voorkomen).

Protea (klik voor vergroting)

Capensis, het Kaapse Florarijk

Vanwege deze soortenrijkdom hebben botanici er een zelfstandig florarijk van gemaakt: Capensis (of het Kaapse Florarijk). Daarmee staat het kleine Capensis dus qua unieke soortensamenstelling op gelijke voet met de andere 5 florarijken in de wereld, zoals Holarctis (het hele noordelijk halfrond) of Paleotropis (de gezamenlijke tropische gebieden van Afrika, Azië en Oceanië). De rijkdom aan soorten op deze kleine oppervlakte betekent echter wel dat er veel zijn met een erg beperkt groeigebied; b.v. één bepaalde bergtop. Zulke soorten zijn daarom erg kwetsbaar en er is dan ook een relatief hoog percentage in meer of mindere mate bedreigd.

Protea

Een kenmerkend geslacht (genus) is Protea, met Suikerbossie als meest bekende soort (maar in totaal komen er 1050 soorten van de Proteaceae-familie voor, in 75 genera; Watson en Dallwitz, 1992) [1]. Van het geslacht Protea komer er 35 soorten voor op het Afrikaanse continent ten zuiden van de Sahara;  en in Zuid-Afrika vinden we 82 soorten, waarvan 69 in het Fynbos (van Clanwilliam tot Grahamstown) en 13 in de summer-rainfall region. [2] De Proteaceae zijn een typische familie van het zuidelijk halfrond; ook in Patagonië en Zuidwest-Australië zijn ze vertegenwoordigd.

Het geslacht Protea kreeg deze naam van Linaeus in 1735, naar de Griekse God Proteus (die naar believen zijn vorm kon veranderen), omdat Protea’s in zoveel verschillende vormen voorkomen.

in grote delen van het Fynbos van zuidwestelijk en zuidelijk Zuid-Afrika komt Protea cynaroides (‘Koningsprotea’, ‘Reuzeprotea’ of ‘Honingpot’) voor. Het is de nationale plant van Zuid-Afrika.

Proteas are readily recognized by their flower‑heads which are made up of masses of tiny florets surrounded by colourful bracts. The growth habit varies from trees up to 8m tall, to low‑growing shrubs with underground stems. Leaves, with or without leaf‑stalks, are of many different shapes, hairy or glabrous, but are always entire. In a Protea head, the spiral, nature’s favourite design, is beautifully shown. The fruit, a small dry nut, is densely covered with long straight hairs; the style persists for variable periods. [2]

Het blijkt dat Capensis meer gemeen heeft met deze twee gebieden, dan met aangrenzend Paleotropis. Men denkt dat dit verwijst naar de tijd dat er één groot zuidelijk continent was: Gondwana. Antarctica was hier het groene hart van (lag nog niet op de zuidpool), en nu zijn er alleen nog maar wat geïsoleerde plukjes op de zuidpunten van de huidige continenten van over.

Het supercontinent Gondwana

Bron: http://www.ruby-sapphire.com/images/madagascar_sorcerers/gondwanaland.jpg

Het supercontinent Gondwana

Gondwana, ook wel Gondwanaland genoemd, was een zuidelijk supercontinent, dat bestond uit gebieden die tegenwoordig op het zuidelijk halfrond liggen, waaronder Antarctica, Zuid-Amerika, Afrika (inclusief Madagaskar en de Seychellen), India, Australië, Nieuw-Guinea, Nieuw-Zeeland en Nieuw-Caledonië. Het is een oud supercontinent dat ontstaan is na het uiteenvallen van Rodinië en deel heeft uitgemaakt van Pangea. De andere geografische continenten, Noord-Amerika en Eurazië, waren toen nog verenigd in het noordelijke supercontinent Laurazië.

Hoewel Gondwana ruwweg gecentreerd was op de plek waar Antarctica nu ligt, aan de zuidkant van de aardbol, was het klimaat over het algemeen mild. Tijdens het Mesozoïcum was de gemiddelde temperatuur aanzienlijk hoger dan tegenwoordig. Ook de concentratie CO2 was veel hoger dan in de huidige atmosfeer. Gondwana kende een grote verscheidenheid aan flora en fauna gedurende vele miljoenen jaren. [3]

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gondwana_(continent)

Het supercontinent begon in het late Jura (ongeveer 160 miljoen jaar geleden) uiteen te vallen, toen Afrika zich losmaakte en langzaam naar het noorden begon te bewegen. Het volgende grote blok dat afbrak was India, in het vroege Krijt (ongeveer 125 miljoen jaar geleden). Nieuw-Zeeland volgde ongeveer 80 miljoen jaar geleden.
De naam Gondwana komt van het gebied Gondwana in India, omdat een van de eerste gevonden rotsformaties van het paleocontinent in dat gebied zijn onderzocht. [4]

Dat de planten van de Proteaceae-familie slechts op de genoemde continenten voortkomt wordt expliciet genoemd als voorbeeld van een ‘Gondwanan distribution‘:

The adjective “Gondwanan” is in common use in biogeography when referring to patterns of distribution of living organisms, typically when the organisms are restricted to two or more of the now-discontinuous regions that were once part of Gondwana, including the Antarctic flora. For example, the Proteaceae, a family of plants that is known only from southern South America, South Africa, and Australia are considered to have a “Gondwanan distribution”. [5]

Proteaceae, Proteoideae en Grevilleoideae

Paleonthologisch onderzoek wijst uit dat de Proteaceae-familie op het zuidelijk halfrond al opgedeeld was in twee sub-families: de Proteoideae in zuidelijk Afrika en de Grevilleoideae in Australië / Zuid-Amerika en in de kleinere segmenten van Gondwanaland die ver noordwaarts dreven (oostelijk Azië). Er is geen geslacht dat zowel in Zuid-Afrika als in Australië voorkomt, terwijl de helft van de geslachten van Zuid-Amerika ook in Australië voorkomt. Dit doet vermoeden dat Afrika afgescheiden werd van (huidige) Zuid-Amerika en Australië vóór dat deze laatste van elkaar gescheiden werden. [6]

Familie van Asterachtigen

Het meest talrijk in het fijnbos zijn de Aster-achtigen (Composieten). Dat is op zich niet zo verwonderlijk, want dit is één van de grootste families ter wereld, en vooral aanwezig in streken met een gematigd of subtropisch klimaat. Maar ook hier zien we weer voor een groot deel endemen. Bovendien zien deze soorten er vaak wat anders uit dan we gewend zijn: wij kennen ze vooral als kruiden, maar in het fijnbos komen veel houtige struikachtige Asteraceae voor, en soms zijn de bladen omgevormd tot harde schubben.

De Cape Floristic Region: het onderscheid tussen fynbos en renosterveld

De laagland Fynbos eco-regio en de Renosterveld eco-regio liggen op de zuid-west punt van het Afrikaanse continent en vormen samen de Cape Floristic Region (CFR). Deze eco-regio’s liggen vrijwel geheel op de West-kaap, een klein stukje op de Oost-kaap. Laagland Fynbos is te vinden in het laagland van de kust en in de vallijen van de Cape Floristic Region; het berg-Fynbos en de Renosterveld ecoregion bestrijken het hoger gelegen land en de bergen van de CFR. Fynbos bestrijkt 19.227 vierkante km (53,8 procent) van de ecoregio en renosterveld 16.490 vierkante km (46,2 procent). [7]

Hierboven en hieronder: Fynbos op de West-Kaap; bron: [8]; (klik voor vergroting)

Bio-diversiteit en rijkheid

Both the lowland and montane forms of fynbos and renosterveld share similar biodiversity features. Lowland and montane fynbos and renosterveld comprise about 80 percent of the Cape Floristic Region, the smallest of the world’s six floral kingdoms. This relatively small region, a mere 90,000 km2, is also recognized as one of the world’s six floral kingdoms. The CFR is home to about 9,000 vascular plant species, 69 percent of which are endemic (Goldblatt and Manning 2000), and 1,435 (16 percent) of which have Red Data Book status in the South African plant Red Data Book (Hilton-Taylor 1996). The CFR includes 5 endemic plant families and 160 endemic genera. A spectacular feature of the flora is the massive diversification of some taxa: 13 genera have more than 100 species and a very large genus, Erica, has 658 spp. In total, Erica and Aspalathus in the family Fabaceae, as well as 11 other genera have more than 100 species (Goldblatt and Manning 2000). A consequence of this is an extremely high species per genus ratio of 9.1, which is one of the highest in the world and is more typical of an isolated island biota. [7]

(klik voor vergroting)

(klik voor vergroting)

De natuurlijke achtertuin (Fynbos) van het huissie by die see van Leon en Amanda de Stadler. Deze berghelling is rijk aan Protea's en Asterachtigen. (klik voor vergroting)

De Fynbos-achtertuin van Leon en Amanda (klik voor vergroting)

idem (klik voor vergroting)

Verwijzingen

Dank: aan Leon en Amanda de Stadler die hun Fynbos-achtertuin lieten zien (Betty’s Bay); daar konden op een hete zomerdag de foto’s van dit artikel, en nog veel meer, worden gemaakt (26 januari 2008).

Ek het ’n huisie by die see

Ek het ’n huisie by die see, dis nag
ek hoor aaneen, aaneen, die golwe slaan
teenaan die rots waarop my huisie staan
met al die oseaan se woeste krag

Ek hoor die winde huil, ’n kreun, ’n klag
soos van verlore siele in hul nood
al dwalend, klagend, wat in graf en dood
geen rus kon vind nie maar nog soek en smag

My vuurtjie brand my kersie gee sy lig
ek hoor dan maar die storm daarbuite
ek hoor hoe ruk die winde aan my ruite
hier binne is dit veilig, warm en dig.
kom nag, kom weer en wind, kom oseaan
dit is ’n rots waarop my huisie staan.

Woorde en musiek: F.A. Fagan / Laurinda Hofmeyr
Vertolkt door Laurika Rauch (CD 19 Treffers van 21 jaar)

Je kan naar dit artikel verwijzen op sociale netwerken:
About Author

Rob le PairDocent - onderzoeker Radboud Universiteit Nijmegen; favoriete thema's op deze site: Persuasive communication, Eindhoven-Philipsdorp, WordPress-design, gebruik van sociale media, running experiences, gardening.View all posts by Rob le Pair →

Leave a Reply