Je vindt me ook op

Fabrieksdorp, Tuindorp, Philipsdorp, Eindhoven

Waarom PSV dit jaar 100 jaar bestaat: 1913 sportfeesten ter ere van 100 jaar onafhankelijkheid sinds 1813;
een kijkje in en rondom het Philips Sportpark; de geboorte en groei van Fabrieksdorp-Tuindorp Philipsdorp.

Philips Stadion 420x240

Fabrieksdorp, Tuindorp, Philipsdorp, Eindhoven

Fabrieksdorp, Tuindorp, Philipsdorp, Sportpark – 1913

1913 festiviteiten in het Philips Sportpark

De Philips Sport Vereeniging bestaat dit jaar honderd jaar. Want in 1913 werd met een sportfestijn gevierd dat Nederland 100 jaar (sinds 1813) onafhankelijk was. De festiviteiten vonden plaats in het net aangelegde Philips Sportpark.

Dit sportpark kwam er omdat Anton Philips zich (begin 20e eeuw) had laten inspireren door de tuindorp-gedachte: een modern fabrieksdorp moest gezond zijn voor de fabrieksarbeiders (dat is prettig voor hen, en goed voor de fabriek want gezonde arbeiders zijn productiever): ruime huizen met diepe achtertuinen (plaats voor moestuinen), met veel groen in de voor die tijd ruime lichte straten. En op loopafstand voor de Philipsdorp-bewoners een sport- en ontspanningspark (geïnspireerd door de Engelse greens). Dit park aan de Frederiklaan moest net als alle andere voorzieningen binnen het fabrieksdorp liggen, want dat vergroot de saamhorigheid en de betrokkenheid bij het bedrijf.

De belangrijkste straten van Philipsdorp, dat ontstond vanaf 1910, komen uit op de Frederiklaan, pal aan het Sportpark. En honderd jaar later nog steeds, maar het sport- en ontspanningspark is dan al Philips Stadion.

Mijn vader woonde de eerste 17 jaar (1925 tot december 1942) van zijn leven in een Philips-huis aan de Frederiklaan, schuin tegenover het Philips Sportpark, want zijn vader werkte bij de fabriek van Anton Philips en diens zoon Meneer Frits. Hij speelde vaak in het Sportpark, en trapte soms een balletje met spelers van ‘het eerste’, die daar trainden.


Philipsdorp, van fabrieksdorp tot tuindorp

Eind 19e eeuw waren in binnen- en buitenland veel arbeiderswijken uitgegroeid tot grote fabriekssteden, vol misstanden. In Engeland en Duitsland namen enkele industrieën de eerste initiatieven om hun humanistische filosofie in stedenbouwkunde te vertalen. De schrijnende misstanden in de arbeidersbuurten leidden in 1902 niet alleen tot de Woningwet, maar ook tot een meer humane houding van fabrikanten zoals Van Marken in Delft, Philips in Eindhoven en Stork in Hengelo.

De Nederlandse industrieën die eigen woonwijken lieten bouwen, vormden daarvoor fabrikantenwoningbouwverenigingen. Philips stichtte de woningstichting ‘Thuis Best’ voor Philipsdorp. De witte huizen in de Henriëttestraat op de foto hieronder zijn één van de eerste door Philips gebouwde woningen.

Henriëttestraat

Het stratenplan werd ontworpen door G.J. de Jongh, de schoonvader van Anton Philips, de vader van Frits Philips. De rond 1910 ontworpen straten waren voor die tijd ruim van opzet, breed, met veel licht en lucht, en voldoende groenvoorziening.

De Rotterdamse Droogdokmaatschappij beheerde de NV Bouwmaatschappij ‘Heyplaat’ en bouwde in 1913 het gelijknamige tuindorp.

Heyplaat, Rotterdam

Heijplaat, Rotterdam, vanaf 1913 Een echt tuindorp, met laagbouw met hoge punt- en zadeldaken, dakkapellen en poorten in een pittoreske architectuur met veel groen. Het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan en de eerste woningen zijn ontworpen door de huisarchitect van de RDM, de heer H.A.J. Baanders. Het ontwerp was gebaseerd op de Engelse tuindorpen.

En in Hengelo verrees in 1911 het tuindorp ’t Lansink, op initiatief van Stork. Philips bouwde uiteindelijk – met steun van de overheid – niet alleen Philipsdorp (1910), maar ook wijken voor haar ingenieurs en hoger personeel. In Budel kwam in 1892 de zinkfabriek tot stand in de nabijheid van de spoorverbinding Antwerpen / München-Gladbach en de Zuid Willemsvaart. Bij de fabriek ontstond een compleet fabrieksdorp (één van de weinige van deze vorm in Nederland). Dit dorp werd uiteindelijk naar één van de belangrijkste stichters (de stedenbouwkundige Emil Dor) genoemd: ‘Dorplein’. Het oudste gedeelte van Budel-Dorplein is gebouwd rondom de zinkfabriek en wordt gekenmerkt door vrijstaande woningen met een Belgisch karakter. In dit gedeelte komt een bijzonder soort bouw voor waarbij groepen van vier woningen in een vierkantblok (rug aan rug en zij aan zij) gebouwd zijn. Het gebied heeft het karakter van een tuindorp. De zinkfabriek en omliggende terreinen zijn onderdeel van het beschermd dorpsgezicht.

Sociale én zakelijke motieven

Naast sociale motieven om de belangen van de arbeiders te behartigen, waren er zeker ook zakelijke motieven. Geld verdienen bleef de inzet, ook al deden de fabrikanten graag alsof hun onderneming bijna filantropisch was. Voordeel voor de fabrikant was dat hij met een eigen wijk een vaste greep op de arbeidsmarkt kreeg, en dat de arbeiders snel beschikbaar, goed gehuisvest, gezonder en dus productiever waren. Ook de winkels waren in handen van de fabriek. Alles was er op gericht zo min mogelijk geld uit de onderneming te laten lopen en fabrieksgetrouwe, betrokken arbeiders te creëren … ook trotse arbeiders zijn betere arbeiders.

Agnetapark (Delft)

Agnetapark

In Nederland was J.C van Marken, stichter van de Delftse Gist-& Spiritusfabriek in Delft, een van de eersten die woningen voor arbeiders bouwde. In een door landschapsarchitect Zocher ontworpen parkje liet Van Marken in 1882 comfortabele huisjes, vier onder een kap, bouwen: Agnetapark, genoemd naar de vrouw van Van Marken. Er werd een winkel gedreven, er was een verenigingsgebouw, een speeltuin en er werden moestuinen aangelegd.

’t Lansink (Hengelo)

C.T. Stork, directeur van de gelijknamige katoenweverij, was geïnspireerd geraakt door een toespraak van de heer Faber, inspecteur van Volksgezondheid in Zwolle. Faber legde het verband tussen het wonen in slechte woningen en de slechte gezondheid van de arbeiders, en verwees naar Port Sunlight, waar Stork ging kijken. Hij besloot toen een dergelijke woonkolonie in Hengelo te bouwen. Bijzonder was dat arbeiders, beambten en directieleden door elkaar woonden. Centraal in het tuindorp ligt het C. T. Storkplein met een koffiehuis, een kleuterschool en winkels. Later breidde het tuindorp zich uit. Er werd een zwemvijver aangelegd en in het verenigingsgebouw konden de mensen leren koken of een cursus volgen. Ook kwamen er een fabrieksschool, een speeltuin een bibliotheek en opvang voor kinderen. In ’t Lansink, Agnetapark en Philipsdorp kwamen sociaal bevlogen ideeën en zakelijke motieven samen in de architectuur en stedenbouw. Hier ontstonden wijken waar wonen, economie en recreatie samenkwamen. Deze wijken bleken de latere bakermat voor de echte tuinsteden. Een handjevol fabrikanten slaagde erin, met de woningwet van 1902 als steun in de rug, de slechte woontoestanden van de arbeiders te verbeteren.

Philipsdorp

Het centrale park was het resultaat van de tuinstad- of tuindorp-gedachte: als bewoners (Philips-arbeiders) niet gemakkelijk meer naar ‘buiten’ kunnen, dan moet ‘buiten’ (groen, recreatie) naar binnen gehaald worden. De tuindorp-gedachte uit zich door een centraal in het dorp gelegen ‘green’, waar plaats was voor sportvelden.

1913: één van de eerste voetbalwedstrijden van het ‘Philips-Elftal’; in datzelfde jaar werd de Philips Sport Vereeniging opgericht

De Jongh bedacht voor centraal in het park een korfbalveld, een muziekkoepel en een voetbalveld met een tribune. Het park werd omzoomd door een rand met veel bomen en heesters, een gracht en een wandelpromenade. In de direct aan het park grenzende straten (ten oosten de Elisabethlaan (op de foto hierboven op de achtergrond), in het zuiden de Frederiklaan en in het westen de De Jonghlaan) kwam naast veel groen een dubbele bomenrij waardoor de parkrand breder werd en de woningen zelf bij het park betrokken werden. De huizen hadden diepe achtertuinen waar groente verbouwd kon worden. Het allereerste huis van Philipsdorp (Frederiklaan, 1910; foto: 1991)

Eerste Philips-huis, 1910

Atletiekwedstrijden in Philips Sportpark, 1913, ter ere van 100 jaar onafhankelijkheid van Napoleon

Op een plattegrond van 1915 zien we:

  • de Frederiklaan is de verbindingsweg tussen Eindhoven en Strijp; (Philips straatnamen);
  • rechts loopt de ‘spoorweg van Achel naar Eindhoven’ het zogenaamde Bels lijntje;
  • direct links daarvan de ‘weg [van Strijp] naar Eindhoven’;
  • in het centrale park is een voetbalterrein, en korfbalterrein en een school;
  • de Glaslaan (midden onder) ging enkele jaren later Hulstlaan heten, en de Glaslaan werd de straat links (bij de geplande glasfabrieken);
  • de ‘weg naar Woensel’ is de huidige Glaslaan-Essenstraat. De weg rechts daarvan (het verlengde van de Iepenlaan aan de andere kant van de Frederiklaan) is er nooit gekomen;
  • hier is al goed te zien hoe het centrale park omarmd wordt door straten met veel groen en alle drie met een dubbele bomenrij, daarmee een overgang vormend van het park naar de woningen van de arbeiders: links (Oost) de Elisabethlaan, in het zuiden de Frederiklaan en in het westen de De Jonghlaan;
  • licht gebogen straten zijn vaak een kenmerk van een stratenplan volgens de tuindorpgedachte.

Plattegrond Philipsdorp, 1915

Vergelijk dit plattegrondje met de luchtfoto hieronder die hetzelfde perspectief heeft; in 1915 was Philipsdorp nog in aanbouw, rond 1920 was dit oudste gedeelte af. Het Philips Sportpark op het kaartje hierboven was de ‘green’, product van de fabrieksdorp-tuindorp gedachte.

Veel groen is verdwenen, het park is niet meer omzoomd door bomen. Sommigen vinden het huidige Philips Stadion een misplaatste kolos die niet in het nog zo authentieke Philipsdorp thuishoort. Maar ook het huidige Philips Stadion hoort onlosmakelijk bij Philipsdorp. Want waar tegenwoordig de Philips Sport Vereeniging voor successen en vermaak zorgt, precies op dezelfde plek was dat 100 jaar geleden het Philips Sportpark.

Op de voorgrond de gebogen straten van Philipsdorp

De Hulstlaan in 1925, in 1916 opgeleverd, heette toen nog Glaslaan, zoals ook op het kaartje hieronder te zien is. Opgeleverd tegelijk met de glasfabriek. De huizen in de Glaslaan (later Hulstlaan) waren bestemd voor glasblazers uit Leerdam en Maastricht. Deze Glaslaan is een mooie illustratie van de behoefte aan groen: naast de belangrijke Frederiklaan was dit ook een straat met bomen in de middenberm.

Hulstlaan, 1925, toen Glaslaan

ph_dorp_hulstlaan_3

Mijn foto van de Hulstlaan (15 sept. 2007), richting Frederiklaan, (Philips Sportpark ->) Philips Stadion

Op de kaart hieronder van een  ontwerp voor Philipsdorp (1918) is de tuindorp-gedachte nog veel meer benadrukt:

  • de De Jonghlaan (direct links van het park) is rechts (in het park) en links omgeven door ‘tuinen’; de dubbele bomenrijen zijn duidelijker getekend;
  • de huizen rechts van de Elisabethlaan en ten zuiden van Frederiklaan staan op smalle maar diepe percelen en krijgen dus diepe achtertuinen;
  • linksonder is nog net te lezen ‘Weg vanaf dorp Strijp’;
  • linksboven horizontaal loopt het beekje De Windgraaf: grensriviertje tussen Woensel in het noorden en Strijp in het zuiden en Westen, en tevens de grens van de bebouwing van Philipsdorp. Dit is nu nog te zien aan de verbreding op die plek van de huidige Mathildelaan (‘Spoorlaan’ op dit kaartje).

We herkennen op dit kaartje, ook met de hulp van de foto en het kaartje hier onder, op de plannen van 1918 linksonder de Keerweerstraat, de Annastraat (van Keerweerstraat naar Frederiklaan), het begin van de Henriëttelaan die nog niet is doorgetrokken, en rechts van het geplande speelterrein de Johannastraat. Het speelterrein is er niet gekomen; op die plek kwam de Hulstlaan die aanvankelijk Glaslaan heette. Bedenk ook dat het dorpje Eindhoven toen nog rechts van dit kaartje lag (zie uiterst rechts de aanduiding “weg naar Eindhoven”; pas in 1920 gingen Eindhoven en de rondom liggende dorpjes Strijp, Stratum, Tongelre, Woensel en Gestel op in ‘Groot-Eindhoven’).

1923_philipsdorp

Philipsdorp in 1923. De huizen in de Henriëttestraat houden op bij de grond van Elias. De Keerweerstraat (de tweede straat vanaf links onder) en de Hubertastraat (in het verlengde daarvan rechts) houden nog afstand tot een ertussen gelegen boerderij. Op het kaartje hieronder van 1926 zie je dat aan de gestippelde lijn, waarmee de straat onder voorbehoud werd aangegeven.

1926_plattegrond_philipsdorp

1926: deel van plattegrond Philipsdorp

Frederiklaan, 1920; rechts de ingang van het Philips Sportpark, nu nog de hoofdingang van het Philips Stadion

1913_philips_sportpark

1913, ingang Philips Sportpark

Een mooi overzicht (1960)

We zien heel mooi de twee fasen van de bouw van Philipsdorp. Eerst het westelijk deel van de eerste fase van Philipsdorp met links, iets boven het midden de hoek van Frederiklaan – Keerweerstraat. Midden-midden: het begin van de Annastraat vanaf de Frederiklaan. Helemaal onderaan de Henriëttestraat. De huizen met de witte driehoek-gevels zijn de oudste: van kort na 1910 (zie hierboven de eerste foto van dit artikel). De huizen links daarvan zijn van rond 1930. Rond 1916 was de eerste fase van Philipsdorp min of meer afgerond. Stratenplannen in de tweede fase dragen het stempel van de architect K.P.C. de Bazel. Deze had eerder gewerkt als gemeentearchitect van Bussum, en voor architect Pierre J.H. Cuypers gewerkt aan het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam.

De centrale Frederiklaan, 1960

In de bovenste helft, boven de Frederiklaan staat de ETOS-bakkerij; rechts daarboven en links van de De Jonghlaan de Lijsterbesbuurt die de tweede fase van de bouw van Philipsdorp markeert (vanaf 1916). Deze buurt wordt ook wel de ‘Bazelbuurt’ genoemd, waartoe ook de buurt met als centrum het Plataanplein behoort (zie hieronder). De architect De Bazel gaf voor de architectonische invulling adviezen aan de bedrijfsarchitect Smit. Langs de rand van het voormalige park, in de De Jonghlaan (iets boven het midden, naar rechtsboven), zie je de voormalige ingenieurswoningen. Deze huizen zijn groter dan de arbeiderswoningen, en ze hebben voortuinen, die samen met de oorspronkelijke dubbele bomenrij, het centrale park omarmden. Getuige deze foto heeft de zuid-west hoek van het vroegere park nog enigszins een park-uiterlijk. Het grote gebouw rechts is het POC (Philips Ontspanningscentrum, voorheen de Jubilleumhal, van 1929), dat in 1960 nog een beetje onderdeel was van het Sportpark. In 1968 en 1969 heb ik daar voor het eerst tennistraining binnen gehad. De Bazel is verantwoordelijk voor de Lijsterbesbuurt, die grenst aan de De Jonghlaan, en de Plataanbuurt.

De Plataanbuurt is een besloten plein maar verbonden met straten aan alle kanten, die niet recht tegen over elkaar uitkomen. Dit wordt een turbineplein genoemd. Het is zo ontworpen dat men niet rechtstreeks van de ene straat over het plein in een andere straat kan kijken, waardoor de blik op het plein blijft hangen. Het openbaar groen speelde een belangrijke rol in de ontwerpen van De Bazel. Op het Plataanplein en in de straten erom stonden veel platanen. Hij benadrukte steeds de kruisingen. Straten werden niet langer naar leden van de familie Philips genoemd, maar naar de bomen en heesters die in de starten geplant werden: Berken in de Berkenstraat, Platanen op het Plataanplein, Linden in de Lindenlaan, Dennen in de Dennenstraat, etc. Bron: [1].

1929_plataanplein

Plataanplein, 1929

Plataanplein, 2006

De bedrijfsarchitect C. Smit werkte de architectuur van de huizen uit in de Plataanbuurt. Hij laat de gevels in hoogte verspringen om te voorkomen dat de straten een eentonige aanblik krijgen. Ook laat hij in het midden van straten huizen naar achter verspringen zodat er een suggestie is van ruimtelijkheid in het midden van de straat, en de hoeken springen juist naar voren om de kruisingen te benadrukken:

Iepenlaan; mooie illustratie van de uitspringende hoekhuizen

1919_plataanplein

Plataanplein, 1919

De laatste uitbreiding vond plaats in 1923. aan de Iepenlaan, aan de Hubertastraat, de Henriëttestraat en Keerweerstraat werden 74 kleinere arbeiderswoningen opgetrokken. Deze woningen zijn met rijkssubsidie gebouwd en ze zijn aanbesteed. Ze zijn dus niet door de Philips woningbouwvereniging gebouwd. Dit in tegenstelling tot de rest van Philipsdorp. De grond was wel door Philips opgekocht en gratis ter beschikking gesteld, terwijl de gemeente de bestrating verzorgde. Bedrijfsarchitect Smit heeft de huizen ontworpen. Deze woningen worden op het gebied van de architectuur als niet bijzonder aangemerkt, met uitzondering van een paar panden aan de Henriëttestraat, die onder een meer expressionistische architectuurstijl vallen.

Bronnen:

Je kan naar dit artikel verwijzen op sociale netwerken:
About Author

Rob le PairDocent - onderzoeker Radboud Universiteit Nijmegen; favoriete thema's op deze site: Persuasive communication, Eindhoven-Philipsdorp, WordPress-design, gebruik van sociale media, running experiences, gardening.View all posts by Rob le Pair →

Leave a Reply